ECLI:NL:PHR:2026:358

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
25/00688
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 SrArt. 27 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid OM wegens overlijden verdachte in megazaak Eris

In de megazaak Eris, waarin de verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar en zes maanden voor medeplegen van voorbereiding van moord, deelneming aan een criminele organisatie, en meerdere pogingen tot afpersing, is het cassatieberoep ingesteld door de verdediging.

Op 9 februari 2026 is de verdachte overleden, zoals blijkt uit een gewaarmerkt afschrift van de burgerlijke stand van Den Haag. Volgens artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt hierdoor het recht tot strafvordering.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom dat de bestreden uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 5 juli 2022 niet in stand kunnen blijven. Het Openbaar Ministerie dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging.

Deze conclusie leidt tot vernietiging van de eerdere uitspraken en beëindiging van de strafprocedure tegen de overleden verdachte.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte, waardoor de strafprocedure wordt beëindigd.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer25/00688

Zitting24 maart 2026
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
hierna: de verdachte

Het cassatieberoep

1. De verdachte is bij arrest van 12 februari 2025 (parketnr. 21-003041-22) door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens meer subsidiair “
medeplegen van voorbereiding van moord”, “
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, “
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, “
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” en “
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaren en zes maanden, met aftrek van het voorarrest als bedoeld in artikel 27 Sr Pro. Daarnaast heeft het hof een aantal in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen verbeurdverklaard en de teruggave gelast aan de rechthebbende van een voorwerp. Voorts heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. D.N. de Jonge, advocaat in Rotterdam, heeft negen cassatiemiddelen voorgesteld.

Overlijden van de verdachte

3. Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 9 februari 2026 overleden. Daarom is volgens artikel 69 Sr Pro in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
4. Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.

Slotsom

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en van de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 5 juli 2022 en tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG