Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
feit 1
€ 9.950-, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit geld onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf.”
11.6
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld door de verdachte, die eerder door het gerechtshof 's-Hertogenbosch was veroordeeld voor witwassen. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, met uitzondering van de strafoplegging en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij. De verdachte was veroordeeld voor het witwassen van een aanzienlijke hoeveelheid Apple producten, waaronder iPhones en MacBooks, die hij had aangeschaft met geld waarvan hij wist dat het afkomstig was uit een misdrijf. De verdachte had een gevangenisstraf van 81 dagen opgelegd gekregen, met aftrek van voorarrest.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, T.N.B.M. Spronken, heeft in zijn conclusie de bewijsklacht van de verdachte verworpen. De verdachte had één middel van cassatie voorgesteld, gericht tegen de motivering van de bewezenverklaring, met name het oordeel van het hof over het voorwaardelijk opzet van de verdachte. De rechtbank had vastgesteld dat de verdachte de aankopen had gedaan met gelden die uit misdrijf afkomstig waren, maar de vraag was of hij wetenschap had van die criminele herkomst. De rechtbank oordeelde dat de verdachte wel voorwaardelijk opzet had op het witwassen, gezien de omstandigheden waaronder hij de pinpas had ontvangen en de wijze waarop hij de aankopen had gedaan.
De Hoge Raad merkte op dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, maar besloot dat er geen verdere rechtsgevolgen aan verbonden hoefden te worden. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het beroep, wat betekent dat de eerdere veroordeling van de verdachte in stand blijft.