ECLI:NL:PHR:2025:873

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
21 augustus 2025
Zaaknummer
24/00558
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 267 SrArt. 326 lid 1 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens ontbreken proces-verbaal terechtzitting hoger beroep

De verdachte is door het gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een veroordeling wegens eenvoudige belediging van een ambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening. De politierechter had een geldboete en subsidiair hechtenis opgelegd, evenals de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf gelast.

In cassatie is één middel voorgesteld dat klaagt over de nietigheid van het onderzoek en de uitspraak in hoger beroep, omdat geen proces-verbaal van de terechtzitting is opgemaakt. Volgens artikel 326 lid 1 Sv Pro moet de griffier een proces-verbaal van de terechtzitting opmaken waarin alle relevante vormen en gebeurtenissen worden vastgelegd.

De stukken bij de Hoge Raad bevatten geen proces-verbaal van de zitting van 16 augustus 2023, maar wel een brief van de teamvoorzitter van het gerechtshof Den Haag waarin wordt bevestigd dat de zitting enkelvoudig was en geen proces-verbaal is uitgewerkt. Dit betekent dat het middel gegrond is.

De conclusie van de Procureur-Generaal is daarom dat het arrest moet worden vernietigd en de zaak moet worden terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting en beslissing.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/00558

Zitting26 augustus 2025
CONCLUSIE
M.E. van Wees
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 16 augustus 2023 door het gerechtshof Den Haag [1] niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van de rechtbank Rotterdam waarbij de verdachte is veroordeeld wegens “eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening” tot een geldboete van € 300,-, subsidiair zes dagen hechtenis. De politierechter heeft daarnaast de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf gelast.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

2.1
Het middel bevat de klacht dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 16 augustus 2023 en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat geen proces-verbaal van die terechtzitting is opgemaakt.
2.2
Op grond van art. 326 lid 1 Sv Pro houdt de griffier het proces-verbaal van de terechtzitting, waarin aantekening geschiedt van de vormen die in acht zijn genomen en van al wat met betrekking tot de zaak op de terechtzitting voorvalt.
2.3
Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich geen proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 16 augustus 2023, maar wel een brief van de teamvoorzitter van het gerechtshof Den Haag. Deze brief houdt in:
“Geachte voorzitter van de strafkamer bij de Hoge Raad,
Hierbij informeer ik u dat in het eindarrest van bovengenoemde zaak staat vermeld dat dit is gewezen door drie raadsheren. Gebleken is echter dat de zitting feitelijk enkelvoudig is gehouden.
Derhalve is het proces-verbaal van de terechtzitting niet uitgewerkt.
Van belang is dat deze informatie beschikbaar is in de cassatieprocedure, zodat eventuele rechtsgevolgen in het verdere verloop van de procedure kunnen worden betrokken.
Hoogachtend,
Namens het MT van het gerechtshof Den Haag,
(…)
Teamvoorzitter”
2.4
Op grond van deze brief moet worden aangenomen dat geen proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is opgemaakt.
2.5
Het middel is terecht voorgesteld. [2]

Afronding

3. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Parketnummer 22-002024-22.
2.Vgl. HR 16 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:235.