ECLI:NL:PHR:2025:521

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
10 mei 2025
Zaaknummer
24/01582
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139 SrArt. 10 EVRMArt. 11 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieverweer wegens onverenigbaarheid vervolging met demonstratierecht

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van wederrechtelijk verblijf in een voor de openbare dienst bestemd lokaal zonder oplegging van straf of maatregel. De zaak betreft een demonstratie op 20 oktober 2020 in het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

In cassatie werd aangevoerd dat artikel 139 Sr Pro niet van toepassing zou moeten zijn vanwege schending van het demonstratierecht zoals beschermd door artikel 11 EVRM Pro. Dit verweer werd verworpen, waarbij verwezen werd naar een eerdere conclusie in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:PHR:2025:518).

De procureur-generaal vond geen reden om het arrest van het hof te vernietigen en concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De conclusie werd op 13 mei 2025 uitgebracht, waarbij de advocaat van de verdachte één middel van cassatie had voorgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens lokaalvredebreuk blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/01582
Zitting13 mei 2025
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,
hierna: de verdachte.

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 10 april 2024 (22-002998-22) door het gerechtshof Den Haag wegens “medeplegen van wederrechtelijk in een voor de openbare dienst bestemd lokaal vertoevende, zich niet op de vordering van de bevoegde ambtenaar aanstonds verwijderen” veroordeeld zonder oplegging van een straf of maatregel.
1.2
Deze zaak betreft één van de acht demonstratiezaken waarin ik vandaag concludeer. In al deze zaken heeft het gerechtshof Den Haag op dezelfde dag uitspraak gedaan. Het gaat in zes zaken om een demonstratie op 20 oktober 2020 in het toenmalige ministerie van Economische Zaken en Klimaat (24/01578, 24/01579, 24/01580, 24/01581, 24/01582 en 24/01583), waarvan één ook over een demonstratie op 11 juni 2019 in de Tweede Kamer (24/01578), en in twee zaken over demonstraties op 9 juli 2022 in gebouwen die in gebruik waren bij de ING Bank (24/01584 en 24/01632).
1.3
Namens de verdachte heeft W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam, in de voorliggende zaak één middel van cassatie voorgesteld.

2.Het middel

2.1
Het middel klaagt in de kern over de verwerping van het verweer dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat art. 139 Sr Pro buiten toepassing moet blijven vanwege onverenigbaarheid van de vervolging met onder meer art. 10 en Pro 11 EVRM. Het middel komt overeen met dat in de zaak 24/01580.
2.2
Het middel faalt. De redenen daarvoor staan in mijn conclusie van vandaag in de zaak 24/01580, ECLI:NL:PHR:2025:518.

3.Slotsom

3.1
Het middel faalt.
3.2
Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
3.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG