ECLI:NL:PHR:2025:139

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 februari 2025
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
23/01061
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens gebrek aan belang na afstand van beslag

De rechtbank Midden-Nederland heeft bij beschikking het klaagschrift van klager tot opheffing van het beslag op hesjes en teruggave van de voorwerpen ongegrond verklaard. Klager stelde vervolgens cassatieberoep in met twee middelen: het ontbreken van openbaar behandeling van het klaagschrift en het aanleggen van een onjuiste maatstaf door de rechtbank.

Tijdens het cassatieproces bleek uit inlichtingen dat klager op 7 november 2023 als eigenaar onvoorwaardelijk afstand had gedaan van de hesjes. Hierdoor verloor hij het belang bij het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na afstand van de inbeslaggenomen hesjes.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/01061 B
Zitting4 februari 2025
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de klager

1.Het cassatieberoep

1.1
De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, heeft bij beschikking van 13 maart 2023 het ex art. 552a Sv ingediende klaagschrift strekkende tot opheffing van het op grond van art. 94 Sv Pro gelegde beslag op de hesjes met de opdruk “ [...] ” en tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen ongegrond verklaard.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld. Het eerste middel houdt in dat uit het proces-verbaal van de raadkamerzitting niet blijkt dat de behandeling van het klaagschrift in het openbaar heeft plaatsgevonden. Het tweede middel klaagt dat de rechtbank ter beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft aangelegd.

2.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1
Naar aanleiding van bij het openbaar ministerie gevraagde inlichtingen over het beslag d.d. 24 mei 2024 blijkt dat de klager op 7 november 2023 heeft verklaard eigenaar te zijn van de inbeslaggenomen hesjes en van deze hesjes onvoorwaardelijk afstand heeft gedaan. Daardoor heeft de klager geen belang meer bij het cassatieberoep.

3.Slotsom

3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG