Conclusie
1.Inleiding
2.Bewezenverklaring en bewijsoverwegingen
- isolatiemateriaal
- groei- en bloeimiddelen
- verwarmingen
- kachels
- luchtbevochtigers
- slangklemmen
- watersproeiers
- hygrometers
- insectenbestrijdingsmiddelen
- waterpompen
- koppelingen
- waterslangen
- buizen
- zekeringen
- stroomkabels
- installatiekabels
- ventilatoren
- kweekmediums
- stekkentrays
- pluggen
- bloempotten
- vijverfolie
- watervaten
- hennepzaadjes
- gripzakjes
- handschoenen
- big shoppers
- assimilatielampen
‘Voor een veroordeling ter zake van overtreding van het nieuwe artikel 11a zal het openbaar ministerie moeten bewijzen dat betrokkene wist dat of ernstige redenen had om te vermoeden dat de door hem verrichte handelingen bestemd waren voor het beroeps- of bedrijfsmatig telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren van lijst II middelen of van grote hoeveelheden van die middelen. (...) Van strafbare voorbereiding is sprake indien ten aanzien van de dader wetenschap of een ernstig vermoeden kan worden bewezen bij de verrichting van handelingen die strekken tot voorbereiding of vergemakkelijking van de genoemde illegale hennepteelt. Het gaat met andere woorden steeds om de criminele intentie van de dader en de daaruit voortvloeiende handeling. Deze twee bestanddelen van de strafbaarstelling moeten zijn vervuld, wil er sprake zijn van strafbare voorbereidingshandelingen. De werking van deze bestanddelen is vergelijkbaar met communicerende vaten. Indien de verrichte handeling onmiskenbaar bestemd is voor de hennepteelt zal de criminele intentie grotendeels kunnen worden afgeleid uit aard en bedoeling van die handeling, terwijl wanneer de handeling meer alledaags is, hogere eisen zullen gelden voor het bewijs van hetgeen de verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden over het uiteindelijk doel ten behoeve waarvan de handeling werd verricht.’
Bijzondere bewijsoverwegingen (meer subsidiaire verweer)