Conclusie
Nummer23/01906 P
Inleiding
Het door de verdediging gevoerde draagkrachtverweer in hoger beroep
In de zaak van [betrokkene] gelden de volgende omstandigheden:
Het oordeel van het hof ten aanzien van het gevoerde draagkrachtverweer
Draagkracht
Het middel en de toelichting daarop
aanstonds duidelijk” is en dat er wel degelijk een grond bestaat om de betalingsverplichting te matigen, aldus de steller van het middel.
(…). De rechter kan het te betalen bedrag lager vaststellen dan het geschatte voordeel. Op het gemotiveerde verzoek van de verdachte of veroordeelde kan de rechter, indien de huidige en de redelijkerwijs te verwachten toekomstige draagkracht van de verdachte of veroordeelde niet toereikend zullen zijn om het te betalen bedrag te voldoen, bij de vaststelling van het te betalen bedrag daarmee rekening houden. Bij het ontbreken van zodanig verzoek kan de rechter ambtshalve of op vordering van de officier van justitie deze bevoegdheid toepassen.”
kanmatigen. [2] Het is daarbij aan de rechter die over de feiten oordeelt voorbehouden om te beslissen of hij toepassing geeft aan die bevoegdheid. Die keuze hoeft de rechter niet te motiveren.
executiefase. De reden daarvoor is dat de rechter in de ontnemingsprocedure doorgaans niet met zekerheid zal kunnen vaststellen hoe de draagkracht van de betrokkene zich in de executiefase zal ontwikkelen. De mogelijkheid om aan de opgelegde betalingsverplichting te voldoen laat zich beter beoordelen in de executiefase, die soms aanzienlijk later zal plaatsvinden. De betrokkene kan in de executiefase aan de rechter het verzoek doen het vastgestelde bedrag van de betalingsverplichting te verminderen of kwijt te schelden. Feiten en omstandigheden die de ontnemingsrechter al bekend waren mogen aan dat verzoek ten grondslag worden gelegd.
aanstonds duidelijk” is dat de betrokkene op dat moment geen draagkracht heeft of zal hebben. Het gaat dan om het geval waarin de rechter
zonder nader onderzoekkan vaststellen (i) dat de betrokkene op het moment van de ontnemingsprocedure geen draagkracht heeft en (ii) dat het zeer waarschijnlijk is dat daarin in de toekomst geen verandering zal komen.
De bespreking van het middel
niet aannemelijk is geworden dat betrokkene geen draagkracht heeft en naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet zal hebben”. Het hof neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat gebleken is dat de betrokkene in staat is (geweest) te werken en dat het feit dat de betrokkene op dit moment geen baan heeft, niet betekent dat zij in de toekomst nooit weer in staat zal zijn een inkomen te verwerven.
nietkan vaststellen (i) dat de betrokkene op het moment van de ontnemingsprocedure geen draagkracht heeft en (ii) dat het zeer waarschijnlijk is dat daarin in de toekomst geen verandering zal komen. De verwerping van het draagkrachtverweer acht ik dan ook, gelet op hetgeen ter terechtzitting is aangevoerd, voldoende begrijpelijk gemotiveerd.