Conclusie
1.Het cassatieberoep
3.Het middel
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot diefstal met braak en diefstal, en veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven maanden. Daarnaast werd een schadevergoeding van €5.342,72 toegewezen aan de benadeelde partij, die schade had geleden door de poging tot inbraak in een clubgebouw.
De verdediging voerde in cassatie aan dat de toewijzing van de schadevergoeding onvoldoende gemotiveerd was en dat er onvoldoende rechtstreeks verband bestond tussen de poging en de schade. Het hof had echter geoordeeld dat de benadeelde partij voldoende schade had onderbouwd met offertes en dat de vordering rechtstreeks verband hield met het bewezen verklaarde handelen van de verdachte.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was en voldoende was gemotiveerd, mede gelet op de bewijsmiddelen, het voegingsformulier en het verweer van de verdediging. De Hoge Raad volgde dit advies en verwierp het cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadevergoeding van €5.342,72 wordt toegewezen aan de benadeelde partij.