Conclusie
Nummer21/04835
De procesgang
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd” en 2. “
medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 10.000,-, subsidiair 85 dagen hechtenis, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro en een proeftijd van twee jaren. Voorts zijn beslissingen genomen ten aanzien van het beslag en benadeelde partijen en zijn schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander als nader in het arrest opgenomen.
Inleiding: het onderzoek met de naam ‘A-BOOM’
Het eerste middel
"
).
De verdediging heeft overeenkomstig de ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitaantekeningen aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte.
", aldus de verdediging.
" zijn).
dat het aantal retourorders 2% van het aantal gedane bestellingen betrof” en (2) op de grond dat het door de verdediging gewenste onderzoek aan de administratie ook had kunnen plaatsvinden aan de hand van de
papierenadministratie (bankafschriften en de grootboekadministratie) die tot het procesdossier behoort.
papierenadministratie, is ter terechtzitting ook betrokken, maar zij werd aldaar door de verdediging (in aanvulling op de pleitnota) zonder enige onderbouwing naar voren gebracht. [1] Zonder zo’n onderbouwing kunnen bij die stelling grote vraagtekens worden geplaatst. Aangenomen dat – na een reclamatie – de gestelde terugbetaling van gelden via elektronisch betalingsverkeer werd uitgevoerd, moet die terugbetaling aan de hand van bankafschriften moeiteloos kunnen worden aangetoond, terwijl elke reclamatie en terugbetaling sowieso in de grootboekadministratie vastgelegd zou moeten zijn. Dat het hof voorbij is gegaan aan de niet-onderbouwde stelling dat de papieren administratie geen blijk geeft van de uitvoering van de ‘100% niet-goed-geld-terug-garantie’, acht ik dan ook niet onbegrijpelijk.
allereclamaties daadwerkelijk werden geadministreerd. Bij twijfel daarover heeft het verlangde onderzoek in de (digitale of papieren) administratie uiteraard geen zin.
Het tweede en het derde middel
hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2005 tot en met 31 december 2005 te Voorburg en Schoorl en Alblasserdam en Nieuwerkerk aan den IJssel en Tilburg en Holwerd en Vlissingen en ’s-Gravenhage en Schiedam,
" en
" en
" en
en
" en
" en
”
De verdediging heeft overeenkomstig de overgelegde pleitnotities bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van oplichting.
", "De kroniek geeft de geschiedkundige ontwikkeling aan van het geslacht [van de betreffende aangever]
", "Het is een op maat gemaakt naslagwerk geworden
" en "Uw kroniek beslaat maatgesneden informatie
".
"
", "helaas
" en "niet altijd
" de disclaimer de suggestie en verwachting die in de brief worden gewekt, namelijk dat de kroniek en het familiewapen het resultaat zijn van gericht familieonderzoek van de besteller, juist versterkt. De tekst geeft de indruk dat de ondertekenaar van de brief ook de intentie heeft gehad bloedverwantschap en authenticiteit te garanderen. Dat als basis "naamsverwante genealogische gegevens
" gebruikt worden, is in het licht hiervan dusdanig verwarrend dat de besteller enkel op basis van die woorden niet geacht mocht worden te begrijpen of te doorzien dat ten aanzien van hem of haar juist (vrijwel) géén sprake zou zijn van enige vorm van verwantschap.
naamsverwante genealogische gegevens”; directe bloedverwantschap werd blijkens de disclaimer niet gegarandeerd. Bovendien kan uit de bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat namen en adressen werden ‘achterhaald uit telefoonboeken’, doch hooguit dat de opsomming van namen in de toegestuurde kroniek wat dit betreft op een telefoonboek ‘leek’.
overeenkomstin geslachtsnamen (want daar gaat het om) kán het gevolg zijn van biologische of niet-biologische verwantschap, maar dat hoeft bij lange na niet altijd het geval te zijn. Ook de combinatie van de term ‘naamsverwant’ met de woordgroep ‘genealogische gegevens’ roept een verdergaand misverstand in het leven: ‘genealogie’ betreft immers (de leer van het)
stamboomonderzoek.
ruimhartig ‘niet-goed-geld-terug-beleid’", maar hij miskent dat die stelling wordt weerlegd door de voor het bewijs gebruikte aangiften. [5] Daaruit heeft het hof kunnen afleiden dat de aangevers in de praktijk niet
kondenreclameren, dan wel op reclamatie geen enkele reactie meer kregen, en in elk geval hun geld niet hebben teruggekregen. ‘s Hofs oordeel dat “
het niet onwaarschijnlijk is dat slechts een beperkt deel van de ontevreden klanten reclameerde omdat de daarvoor te nemen moeite niet in verhouding staat tot het geleden nadeel” berust niet op bewijsmiddelen, maar op een algemene ervaringsregel. Uit de “
professioneel, bedrijfsmatige gestructureerde handelwijze”, waarvan het voorgaande onderdeel was, heeft het hof kunnen opmaken dat de verdachte en zijn mededaders hebben gehandeld met het voor ‘oplichting’ vereiste oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling.
Het vierde middel
hij in de periode van 1 juli 2005 tot en met 31 december 2005, te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,