Conclusie
Nummer22/00304
Inleiding
Het eerste middel
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 28 mei 2019 van de politie Eenheid Rotterdam, met nr. PL1700-2019156368-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 45):
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2019 van de politie Eenheid Rotterdam, met nr. PL1700-2019156368-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 710, met fotobijlage):
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 augustus 2019 van de politie Eenheid Rotterdam, met nr. PL1700-2019156368-8. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 17):
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 augustus 2019, van de politie Eenheid Rotterdam, met nr. PL1700-2D19156368-9. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - de verklaring van de verdachte (blz. 20 e.v., met fotobijlage):
Het tweede middel
Strafmotivering
De strekking van artikel 354a Sv is dat nu de oorspronkelijk opgelegde straf niet ten uitvoer kon worden gelegd, daarmee door de strafrechter rekening moet worden gehouden bij het bepalen van de strafmodaliteit. Door de raadsman is naar voren gebracht dat de verdachte geen werk of inkomen heeft. Het hof is van oordeel dat niet met een deels voorwaardelijke geldboete kan worden volstaan zoals voorgesteld door de raadsman en dat ook met de eis van de advocaat-generaal onvoldoende recht wordt gedaan aan dit feit.
anderestraffen oplegt dan de strafbeschikking bevatte, tot vergoeding aan de verdachte over te gaan” (cursivering toegevoegd, MvW). Of onder ‘vergoeding’ ook ‘terugbetaling’ moet worden verstaan, wordt daarin niet duidelijk.