Conclusie
1.Overzicht van de zaak en van de conclusie
box 3-zaakwaarin enige van de (rechts)vragen aan de orde zijn die opkomen naar aanleiding van het kerstarrest en het rechtsherstel waarin eerst het Besluit rechtsherstel box 3 (Herstelbesluit) en vervolgens de Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) voorziet.
gemeenschappelijke bijlage(de Bijlage), waarin ik inga op diverse van die (rechts)vragen.
het Hofuitspraak gedaan na ambtshalve vermindering van de aanslag naar aanleiding van het Herstelbesluit. Hoewel de uitspraak is gedaan na de inwerkingtreding van de Herstelwet, heeft het Hof met die wet niet kenbaar rekening gehouden. Het Hof heeft het geschil of voldoende rechtsherstel is geboden beslist aan de hand van de maatstaf of de box 3-heffing (na ambtshalve vermindering) hoger is dan het werkelijk behaalde rendement. Het heeft geoordeeld dat het werkelijk behaalde rendement € 1.195 bedraagt. Het Hof heeft de aanslag verminderd uitgaande van dat rendement.
Staatssecretarisheeft
beroep in cassatieingesteld en daarbij één middel voorgesteld.
zaaksoverstijgende vraagof de Herstelwet in een gevalstype als dit terecht niet voorziet in verdere vermindering van het voordeel uit sparen en beleggen, hoewel dit voordeel hoger is dan het werkelijk behaalde rendement.
niet aan de orde zijnvragen die betrekking hebben op wat onder ‘werkelijk behaalde rendement’ valt. Ik merk op dat in cassatie dus ook niet voorligt het oordeel van het Hof dat bij het bepalen van het werkelijk behaalde rendement geen plaats is voor het in aanmerking nemen van (ongerealiseerde) koersverliezen.
beoordelingvan het middel – mede aan de hand van de bevindingen in de Bijlage – houdt op hoofdlijnen het volgende in:
ongegrond.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.Beoordeling van het middel
Vooraf
weltoepassing vinden en dat voor de wijze waarop dit voordeel wordt bepaald (dus)
inderdaadwordt afgeweken van de Wet IB 2001 (Bijlage, punt 5.10-5.11).
dit voordeelhoger is dan dat rendement, maar veeleer lijkt te hebben beoordeeld of
de heffingover dit voordeel hoger is dan dat rendement (zie rov. 4.3). Het Hof heeft daarmee weliswaar een andere (te zware) maatstaf aangelegd dan die in het kerstarrest (Bijlage, punt 3.15), maar dat heeft uiteindelijk niet tot een onjuist oordeel geleid.