Conclusie
Nummer21/04897
Inleiding
Het middel
NJ1942/527, in combinatie met HR 12 maart 1974
NJ1974, 201. In deze zaken was sprake van vrijwel hetzelfde feitencomplex: de verdachte had een weggelopen minderjarige enkele dagen ondergebracht in een woning van een ander zonder de politie daarvan op de hoogte te stellen. Een veroordeling voor ‘onttrekken aan de nasporing’ kon volgens de HR niet in stand blijven (1942), maar een veroordeling voor ‘verbergen’ wel (1974). ‘Verbergen’ betreft een specifieke handeling die erop is gericht om de betrokkene buiten beeld te houden voor de buitenwereld, terwijl bij het ‘onttrekken aan de opsporing’ het nasporingsgevaar dreigende moet zijn en de gedraging enigermate geëigend moet zijn om het succes op de nasporing te frustreren. [2] Zo was in de zaak die ten grondslag lag aan HR 23 februari 1925,
NJ1925, p. 609, sprake van ‘onttrekken aan de nasporing’ toen een verdachte in strijd met de waarheid aan de politie verklaarde niet te weten waar de gezochte minderjarige verbleef. De politie werd aldus door een leugen op een dwaalspoor gezet als gevolg waarvan de taak om nasporingen te doen bemoeilijkt werd.