Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
De beslissing op de vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 Sv
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beklag van klaagster tegen de inbeslagname van haar auto met een verborgen ruimte ongegrond. De rechtbank motiveerde dit met het feit dat een verborgen ruimte in een auto vaak wordt gebruikt voor criminele doeleinden, ook al was er niets in de ruimte aangetroffen. Klaagster stelde cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd dat de auto in verband staat met een begaan strafbaar feit, zoals vereist voor onttrekking aan het verkeer op grond van artikel 36b Sr in verbinding met artikel 552f Sv. De omstandigheid dat verborgen ruimtes vaak voor criminele doeleinden worden gebruikt, is volgens de Hoge Raad niet toereikend.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe beoordeling. Er werden geen andere gronden voor vernietiging gevonden. De zaak betreft de zorgvuldige afweging van belangen bij beslag en onttrekking aan het verkeer van een voertuig met een verborgen ruimte.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug wegens onvoldoende motivering van het verband tussen de auto en een strafbaar feit.