ECLI:NL:PHR:2023:65
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Het gerechtshof Amsterdam had vastgesteld dat de betrokkene een wederrechtelijk verkregen voordeel van €39.692,50 had en hem verplicht tot betaling van €30.000 aan de Staat ter ontneming van dit voordeel. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 600 dagen.
De betrokkene stelde cassatieberoep in, waarbij de aanzegging conform artikel 435, eerste lid, Sv op 31 mei 2022 werd betekend. De gerechtelijke brief werd meerdere keren aangeboden op het adres van de betrokkene, maar niet uitgereikt wegens afwezigheid of weigering ontvangst.
Volgens artikel 437, tweede lid, Sv is de verdachte verplicht binnen twee maanden na aanzegging schriftuur houdende middelen van cassatie in te dienen bij de Hoge Raad. Deze verplichting geldt ook in ontnemingszaken op grond van artikel 511h Sv. Nu de betrokkene deze verplichting niet is nagekomen, wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie.