Conclusie
Inleiding
Het middel en de bespreking daarvan
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Art. 36e, eerste lid en tweede lid, Sv:
Art. 36g, eerste tot en met derde lid, Sv:
Slotsom
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld en onderworpen aan bijzondere voorwaarden, waaronder een dadelijk uitvoerbaar locatieverbod voor zijn BRP-adres en een contactverbod met bewoners van dat adres. De dagvaarding voor het hoger beroep werd uitsluitend op dit BRP-adres aan de verdachte aangeboden, ondanks dat hij daar vanwege het locatieverbod niet mocht komen.
De verdachte had een ander verblijfadres opgegeven aan de politie, maar op dat adres was geen poging gedaan om de dagvaarding te betekenen. Het hof verklaarde de dagvaarding rechtsgeldig betekend en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep vanwege zijn afwezigheid. De advocaat van de verdachte stelde cassatiemiddel in dat zich richtte tegen deze rechtsgeldigheid van de betekening.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is omdat het niet redelijk is om te veronderstellen dat de dagvaarding de verdachte heeft bereikt als deze niet op het BRP-adres mocht komen en er geen poging was gedaan op het alternatieve adres. De AG adviseert vernietiging van het arrest en terugwijzing naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Den Haag. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige betekening, zeker wanneer bijzondere voorwaarden zoals locatieverboden spelen die de bereikbaarheid van de verdachte op het BRP-adres beperken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen wegens onjuiste betekening van de dagvaarding.