ECLI:NL:PHR:2023:558
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over bewijsgebruik en redelijke termijn in diamantroofzaak Schiphol 2005
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 december 2021, waarin de verdachte is veroordeeld voor diefstal en poging daartoe in verband met een diamantroof op Schiphol in 2005. De verdachte werd veroordeeld tot negen jaar en zes maanden gevangenisstraf.
Het cassatieberoep richt zich op meerdere klachten, waaronder het gebruik van de verslaglegging van het WOD-traject (Werken Onder Dekmantel) als bewijs, de mate van dwang en misleiding tijdens dat traject, de betrouwbaarheid van de verklaringen van de verdachte, en de overschrijding van de redelijke termijn terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis zat. De Hoge Raad concludeert dat de klachten over het bewijs en de verklaringen falen, maar dat de klacht over de redelijke termijn slaagt.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze naar de gebruikelijke maatstaf. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De zaak betreft complex bewijs met langdurige inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden en een intensief WOD-traject, waarbij het hof oordeelde dat de verklaringen van de verdachte daderwetenschap bevatten en dat er geen sprake was van onrechtmatige druk of onrechtmatig bewijs.
Uitkomst: Vonnis vernietigd voor strafduur wegens overschrijding redelijke termijn; straf verminderd, overige klachten verworpen.