Conclusie
Inleiding
Het middel en de bespreking daarvan
Aanvulling strafmotivering
Slotsom
Parket bij de Hoge Raad
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft verdachte veroordeeld voor afpersing gepleegd door meerdere personen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden opgelegd, met een proeftijd van twee jaar, naast een taakstraf. Deze straf is in strijd met artikel 1:19 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Curaçao, dat een maximale duur van twee jaar voor een voorwaardelijke gevangenisstraf voorschrijft.
Namens het openbaar ministerie heeft de plaatsvervangend procureur-generaal bij het parket Curaçao een cassatiemiddel ingediend tegen deze strafoplegging. De Hoge Raad concludeert dat het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof niet in stand kan blijven voor zover het de voorwaardelijke gevangenisstraf betreft en beveelt vernietiging van dat onderdeel.
De Hoge Raad overweegt dat de strafoplegging verder ongewijzigd kan blijven, maar dat de voorwaardelijke gevangenisstraf moet worden teruggebracht tot de wettelijke maximumduur van twee jaar. Het arrest benadrukt ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder haar motivatie voor het gepleegde feit en haar rol als alleenstaande moeder, die het Hof strafverminderend heeft meegewogen.
De Hoge Raad stelt vast dat er geen gronden zijn om ambtshalve verder te vernietigen en beperkt de vernietiging tot de strafoplegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf. De uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof wordt zodoende aangepast aan de wettelijke voorschriften van Curaçao.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor wat betreft de voorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden en bepaalt een passende beslissing conform art. 440 Sv.