ECLI:NL:PHR:2023:212

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
31 januari 2023
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
22/04241
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 lid 2 OverleveringswetArt. 29 lid 2 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen overleveringsbesluit rechtbank Amsterdam

De zaak betreft een beroep van een opgeëiste persoon tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam om zijn overlevering aan Polen toe te staan op grond van een Europees aanhoudingsbevel van de Circuit Court in Bydgoszcz. De rechtbank had op 26 oktober 2022 de overlevering toegestaan.

De advocaat van de opgeëiste persoon stelde drie cassatiemiddelen voor. Echter, de procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat op grond van artikel 29 lid 2 van Pro de Overleveringswet geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen de overleveringsuitspraak van de rechtbank. Hierdoor kan de opgeëiste persoon niet in zijn beroep worden ontvangen.

De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep, zodat de inhoudelijke behandeling van de cassatiemiddelen achterwege blijft. Er is tevens samenhang met een andere zaak (nr. 22/04236), waarvoor een gelijke conclusie is gegeven.

Uitkomst: Het beroep tegen de overleveringsuitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/04241 U

Zitting31 januari 2023
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de opgeëiste persoon.

Inleiding

De rechtbank Amsterdam heeft bij uitspraak van 26 oktober 2022 de overlevering van de opgeëiste persoon aan
the Circuit Court in Bydgoszcz, III Criminal Division(Polen) toegestaan wegens de in onderdeel e) van het Europees aanhoudingsbevel (EAB) omschreven feiten.
Er bestaat samenhang met de zaak met nr. 22/04236. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de opgeëiste persoon heeft L. Tricoli, advocaat te Alphen aan den Rijn, drie middelen van cassatie voorgesteld.

Ontvankelijkheid van het beroep

4. Het EAB is op 22 mei 2019 uitgevaardigd door de “Circuit Court in Bydgoszcz, III Criminal Division” in Polen. Naar aanleiding daarvan heeft de officier van justitie op 12 december 2019 een vordering als bedoeld in art. 23 lid 2 Overleveringswet Pro ingediend bij de rechtbank Amsterdam, waarover de rechtbank op 26 oktober 2022 heeft beslist. Aldus is de Overleveringswet in de onderhavige zaak van toepassing.
5. Nu op grond van art. 29 lid 2 Overleveringswet Pro geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen de bestreden uitspraak van de rechtbank omtrent de overlevering van de opgeëiste persoon, kan hij niet in zijn beroep worden ontvangen. Aan de bespreking van de middelen kom ik daarom niet toe.

Slotsom

6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG