Conclusie
“medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod”en onder 2
“handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod”. Tegen het arrest in de strafzaak is geen cassatieberoep ingesteld.
als tussenpersoon”) ter zake speelde en dat het hof derhalve aan de bepaling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel een onjuiste berekening ten grondslag heeft gelegd, ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
Vordering
persoon boven [betrokkene]: betreft [betrokkene 2] te [plaats] (pv blz. 737: tevens betaling: febr. 2019 van €50,=).