ECLI:NL:PHR:2023:116

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
31 januari 2023
Publicatiedatum
26 januari 2023
Zaaknummer
22/04236
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 lid 2 OverleveringswetArt. 29 lid 2 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen overleveringsbesluit rechtbank Amsterdam

De rechtbank Amsterdam heeft op 26 oktober 2022 besloten tot overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen op basis van een Europees aanhoudingsbevel van 4 april 2019 uitgevaardigd door de Regional Court in Bydgoszcz, III Criminal Division.

De opgeëiste persoon heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en drie cassatiemiddelen voorgesteld. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van dit beroep in het licht van de Overleveringswet.

Op grond van artikel 29 lid 2 van Pro de Overleveringswet staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen het overleveringsbesluit van de rechtbank. Hierdoor kan de opgeëiste persoon niet in zijn beroep worden ontvangen. De Hoge Raad komt daarom niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de cassatiemiddelen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze conclusie is tevens gerelateerd aan een andere zaak met nummer 22/04241, waarin een soortgelijke conclusie is getrokken.

Uitkomst: Het beroep tegen het overleveringsbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gewoon rechtsmiddel.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/04236 U

Zitting31 januari 2023
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de opgeëiste persoon.

Inleiding

De rechtbank Amsterdam heeft bij uitspraak van 26 oktober 2022 de overlevering van de opgeëiste persoon aan
the Regional Court in Bydgoszcz, III Criminal Division(Polen) toegestaan wegens het in onderdeel e) van het Europees aanhoudingsbevel (EAB) omschreven feit.
Er bestaat samenhang met de zaak met nr. 22/04241. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de opgeëiste persoon heeft L. Tricoli, advocaat te Alphen aan den Rijn, drie middelen van cassatie voorgesteld.

Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

4. Het EAB is op 4 april 2019 uitgevaardigd door de “Regional Court in Bydgoszcz, III Criminal Division” in Polen. Naar aanleiding daarvan heeft de officier van justitie op 12 december 2019 een vordering als bedoeld in art. 23 lid 2 Overleveringswet Pro ingediend bij de rechtbank Amsterdam, waarover de rechtbank op 26 oktober 2022 heeft beslist. Aldus is de Overleveringswet in de onderhavige zaak van toepassing.
5. Nu op grond van art. 29 lid 2 Overleveringswet Pro geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen de bestreden uitspraak van de rechtbank omtrent de overlevering van de opgeëiste persoon, kan hij niet in zijn beroep worden ontvangen. Aan de bespreking van de middelen kom ik daarom niet toe.

Slotsom

6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG