Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
21 februari 2023.
Hoge Raad
In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een vordering tot overlevering van de opgeëiste persoon. De Hoge Raad overwoog dat artikel 29 lid 2 van Pro de Overleveringswet bepaalt dat tegen een uitspraak als deze geen gewoon rechtsmiddel openstaat, waaronder cassatieberoep.
De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Hoge Raad bevestigde dit en nam het cassatieberoep niet in behandeling. Hiermee werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, tijdens een openbare terechtzitting op 21 februari 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen de overleveringsuitspraak.