ECLI:NL:PHR:2022:891
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Indeling van adhesive voor tandheelkundig gebruik onder juiste goederencode
Deze zaak betreft de tariefindeling van producten die worden gebruikt voor het bevestigen van brackets op tanden, zogenaamde adhesives. Belanghebbende stelde dat deze producten moesten worden ingedeeld onder postonderverdeling 3006 40 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN), die tandcement en andere producten voor tandvulling omvat. De Inspecteur en de staatssecretaris van Financiën waren van mening dat de producten onder post 3506 10 00, die lijm en kleefmiddelen omvat, vallen.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat producten die uit meerdere componenten bestaan als assortimenten moeten worden gezien, waarbij het wezenlijke karakter wordt bepaald door de adhesive. Zij concludeerden dat de adhesive niet als tandcement kan worden aangemerkt, omdat het niet wordt gebruikt voor tandvulling maar voor het bevestigen van brackets. Het Hof wees ook het argument af dat de bestemming van het product niet relevant zou zijn, aangezien de adhesive niet voldoet aan de criteria voor post 3006 40 00.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof ten onrechte voorbijging aan de algemene indelingsregel dat een specifiekere post voorrang heeft en dat tandcement een bredere betekenis heeft dan alleen producten voor tandvulling. Ook voerde zij aan dat de adhesive therapeutische eigenschappen heeft en daarom onder hoofdstuk 30 van de GN moet worden ingedeeld. De Procureur-Generaal concludeerde echter dat de adhesive niet als product voor tandvulling kan worden beschouwd en dat de bestemming van het product relevant is voor de indeling. De Hoge Raad werd geadviseerd het beroep ongegrond te verklaren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; de adhesive moet worden ingedeeld onder post 3506 10 00 van de GN.