ECLI:NL:HR:2023:832

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2023
Publicatiedatum
1 juni 2023
Zaaknummer
21/02518
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt juiste tariefindeling van producten voor tandheelkundige brackets en lijm

Belanghebbende, een onderneming gevestigd te [Z], stelde zich in cassatie op tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam die een eerdere uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland bevestigde. De zaak betrof de juiste tariefindeling van producten die worden gebruikt voor het bevestigen van brackets voor beugels op tanden, producten voor tandvulling, en lijm en andere bereide kleefmiddelen, in het kader van douanerechten.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld aan de hand van de klachten die belanghebbende had ingebracht tegen het oordeel van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof op goede gronden en zonder redelijke twijfel een juiste beslissing heeft genomen en dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak.

De Advocaat-Generaal had eerder geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep, waarop belanghebbende schriftelijk had gereageerd. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president van de Hoge Raad, M.E. van Hilten, en raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra op 2 juni 2023. De uitspraak bevestigt de tariefindeling van de betrokken producten onder de GN-codes 3006 40 en 3506 10.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/02518
Datum2 juni 2023
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2021, nr. 19/00709, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 16/3766) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door T.H. Scheer, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 30 september 2022 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1]
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. Het Hof heeft – naar redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar is – op goede gronden een juiste beslissing gegeven.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2023.

Voetnoten

1.ECLI:NL:PHR:2022:891, met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2022:980.