Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
NJ2019/124 het volgende overwogen:
(tot aanhouding; plv-AG)door de burger dient te worden uitgeoefend en welke grenzen daarvoor gelden. Een zodanige begrenzing geeft de wet wel voor de uitoefening van deze bevoegdheid door opsporingsambtenaren, in de vorm van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit uit art. 7 lid 1 en Pro 5 van de Politiewet.” Uit de zojuist onder randnummer 2.7 weergegeven overweging van de Hoge Raad blijkt dat de Hoge Raad ook bij een ‘burgeraanhouding’ de begrenzing van de uitoefening van die bevoegdheid zoekt in de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Aan de hand daarvan moet worden bepaald welke handelingen burgers in het kader van een 'burgeraanhouding' mogen verrichten om een verdachte onder controle te krijgen en over te dragen aan een opsporingsambtenaar. [3] Ten aanzien van een executieve politiefunctionaris bepaalt art. 7 lid 1 Politiewet Pro 2012 dat deze bevoegd is geweld te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel het geweldgebruik rechtvaardigt (
proportionaliteit, plv-AG) en het doel niet op een andere wijze kan worden bereikt (
subsidiariteit, plv-AG). Deze normen zijn voor de politie verder uitgewerkt in de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren [4] en de aanwijzing handelwijze geweldsaanwending (politie)ambtenaar. [5] Wanneer deze normen door een politieambtenaar worden overtreden kan dit in de strafvervolging van de op onjuiste wijze aangehouden verdachte consequenties hebben in de vorm van strafvermindering. [6] De betrokken politiefunctionaris kan zowel tuchtrechtelijk als strafrechtelijk op zijn optreden worden aangesproken.
niet proportioneel(cursivering door mij; plv-AG) is geweest” gezien de grond van de aanhouding (mogelijke schade aan de portier van de auto) en voegt daaraan toe dat de aangever nauwelijks heeft tegengestribbeld en geen agressief gedrag heeft vertoond. Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat de verdachte had kunnen kiezen voor een minder ingrijpend alternatief zoals het bij de arm pakken van de aangever. Volgens het hof “voldoet het handelen van verdachte (daarmee) ook
niet aan de eisen van subsidiariteit(cursivering door mij; plv-AG).” Het hof concludeert dat er geen sprake is van een rechtmatige aanhouding en dat de wederrechtelijkheid van de handelwijze van de verdachte daarmee is gegeven.
bij zijn keelheeft gepakt, dat hij
daarbij extreem geweld heeft gebruikt, dat de verdachte aangever zo hard kneep dat hij helemaal niets meer kon zeggen en dat de verdachte aangever heel hard aan zijn nek/hoofd de woning in heeft gesleurd. Uit bewijsmiddel 3 (de verklaring van de verdachte) volgt dat de verdachte aangever heeft vastgepakt
bij zijn jas ter hoogte van zijn boord, dat hij aangever aan zijn jas zijn woning binnen heeft getrokken, en dat hij dat met
zeer lichte krachtheeft gedaan “want de jongen stribbelde niet tegen”. Hoewel het eerste bewijsmiddel ontegenzeggelijk duidt op ‘bij de keel grijpen’ en op het toepassen van meer en/of steviger geweld dan het derde bewijsmiddel, doet dat niet af aan de bewezenverklaring dat de verdachte aangever bij de kraag/boord van zijn jas heeft vastgepakt/vastgegrepen. Bevestiging hiervoor kan immers ook worden gevonden in de verklaring van de achterbuur van de verdachte (bewijsmiddel 5) die heeft verklaard dat hij zag dat de verdachte de jongen “met beide handen bij de kraag van zijn jas beetpakte en meetrok in de richting van zijn woning”. Aangever heeft dat vastpakken bij de kraag kennelijk ervaren als extreem gewelddadig pakken bij de keel. Ik houd het erop dat het hof in die zin de verklaring van aangever heeft begrepen en heeft kunnen begrijpen en daarmee ook die verklaring voor het bewijs heeft kunnen gebruiken.