ECLI:NL:PHR:2022:526
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen oplichting met valse politiehoedanigheid en babbeltruc
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van oplichting waarbij hij samen met anderen het slachtoffer onder valse voorwendselen en door het aannemen van een valse politiehoedanigheid heeft bewogen tot afgifte van in totaal €16.080,-. De oplichting vond plaats tussen 26 februari en 12 maart 2018 in Amsterdam, waarbij het slachtoffer onder meer telefonisch werd benaderd door personen die zich als politieagenten voordeden en hem dwongen geldbedragen op te nemen en over te dragen ter controle op echtheid.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het slachtoffer mede onder invloed van de onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot afgifte van het geld, ondanks het ontbreken van specifieke vaststellingen over de persoonlijkheid van het slachtoffer. Het vertrouwenwekkende karakter van de valse politiehoedanigheid, het dwingende karakter van de telefoongesprekken en het feit dat een medeverdachte zich als schoorsteenveger voordeed om contactgegevens te verkrijgen, ondersteunen dit oordeel.
Daarnaast klaagde de verdachte over de toepassing van vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover deze vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform art. 6:4:20 Sv Pro. Voor het overige wordt het beroep verworpen en blijft de veroordeling in stand.
Uitkomst: De veroordeling voor medeplegen van oplichting wordt bevestigd, maar de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel wordt vernietigd en vervangen door gijzeling.