ECLI:NL:PHR:2022:242
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing ontnemingsvordering na gedeeltelijke vrijspraak in milieustrafzaak
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van het openbaar ministerie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd afgewezen. Deze afwijzing was gebaseerd op een eerdere vrijspraak van de betrokkene voor twee van de drie tenlastegelegde feiten met betrekking tot het niet gescheiden verwerken van afvalwater en bedrijfsafvalwater.
De betrokkene werd onder meer verweten dat zij zonder vergunning haar inrichting had veranderd en afvalwater niet langer gescheiden verwerkte. Het hof sprak de betrokkene vrij voor de handelingen onder a. en b., maar verklaarde het aanbrengen van bassins voor opslag van afvalwater (onder c.) wel bewezen. De ontnemingsvordering was mede gebaseerd op de vrijgesproken feiten, waardoor het hof oordeelde dat financieel voordeel niet kon worden vastgesteld.
De advocaat-generaal concludeerde dat de vrijspraak niet voldoende gemotiveerd was en dat het arrest vernietigd moet worden, met terugwijzing naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Hierdoor komt de grondslag voor de afwijzing van de ontnemingsvordering te vervallen. Het hof had bovendien geen voldoende betrouwbare gegevens om het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen voor het bewezen verklaarde feit.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het arrest voor zover het de vrijspraak en strafoplegging betreft, en wijst de zaak terug. De overschrijding van de redelijke termijn kan bij de nieuwe behandeling aan de orde worden gesteld.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het de vrijspraak en strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.