Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Bewezenverklaring, bewijsmiddel, pleidooi en toepasselijke voorschriften
3.De bespreking van het middel
minibike’.’ Hij geeft aan dat de verdachte zich kan voorstellen ‘dat niet iedere verbalisant daarvan op de hoogte is’. Voor het rijden op een minibike zou geen rijbewijs nodig zijn. Ter onderbouwing van die stelling wijst de steller van het middel op een passage op een website van de rijksoverheid inzake minibikes. [5] Dat de verbalisant ‘stelt dat voor dit type voertuig een rijbewijs nodig is’ zou onjuist zijn. De steller van het middel wijst erop dat het gerechtshof enkel is uitgegaan van het proces-verbaal ‘waarin verder geen type van het voertuig is omschreven’. Dat voor de minibike geen rijbewijs nodig is, wordt beargumenteerd met de stelling dat ‘men er simpelweg niet mee mag rijden op de openbare weg, maar enkel op privéterrein. Het is dus niet zo dat je met een rijbewijs wel ineens op de openbare weg mag rijden met een minibike’.