ECLI:NL:PHR:2022:1254

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2022
Publicatiedatum
23 januari 2023
Zaaknummer
21/02452
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 279 SvArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late indiening in mishandelingszaak tegen ambtenaar

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte bij arrest van 26 mei 2021 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voor mishandeling en meerdere beledigingen gericht tegen een ambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening. Tevens werden schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.

De verdachte werd bij het hof vertegenwoordigd door een gemachtigde raadsman, waardoor het arrest op tegenspraak is gewezen. Het cassatieberoep had binnen veertien dagen na het arrest moeten worden ingesteld. De brief van 9 juni 2021 waarin cassatie werd verzocht, werd echter pas op 10 juni 2021 ontvangen, waardoor het beroep te laat is ingediend.

De procureur-generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het cassatieberoep. Er is tevens samenhang met andere zaken waarin soortgelijke conclusies zijn gegeven. De Hoge Raad zal het cassatieberoep niet behandelen vanwege de overschrijding van de termijn.

Uitkomst: Cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer21/02452
Zitting29 november 2022

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft de verdachte bij arrest van 26 mei 2021 wegens 1. “
mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd”, 2. “
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening”, 3. “
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd” en 4. “
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden onder aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro. Daarnaast heeft het hof de vorderingen van benadeelde partijen toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest bepaald.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 21/02250 en 21/02249. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het cassatieberoep merk ik het volgende op. De verdachte heeft zich ter terechtzitting van het hof van 12 mei 2021 op de voet van artikel 279 lid 1 Sv Pro laten vertegenwoordigen door een daartoe uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. Het arrest van 26 mei 2021 is om die reden op tegenspraak gewezen. Het cassatieberoep diende binnen veertien dagen nadien te worden ingesteld. Blijkens de stukken van het geding is de brief d.d. 9 juni 2021 waarbij aan de griffier is verzocht cassatieberoep in te stellen (en waarbij de griffier tevens daartoe volmacht is verleend) op 10 juni 2021 ter griffie van het hof ontvangen. Als gevolg daarvan kan de verdachte niet in het beroep worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG