2.2.De bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:
“Ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde:
1.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aangifte met bijlagen, genummerd PL0900-2017283182-1 gesloten en getekend op 15 september 2017 door [verbalisant 1], surveillant van politie Eenheid Midden-Nederland (p. 10-18), voor zover inhoudende
als verklaring van aangeefster [aangeefster]:
Ik doe aangifte van mishandeling tegen mijn echtgenoot [verdachte].
Ik ga u nu vertellen wat mij op zondag 27 augustus 2017 is overkomen. Ik zei tegen [verdachte] dat ik het huwelijk niet meer zag zitten. Hij zei tegen mij dat hij een einde aan zijn leven ging maken. Ik zag dat [verdachte] naar de trap liep. Ik zag dat [verdachte] met zijn riem bezig was. Ik zag ook dat hij met een andere riem bezig was. Ik zag dat hij deze riemen aan elkaar knoopte. Ik stond beneden aan de trap om te kijken wat hij ging doen. Op een gegeven moment zag ik dat hij ging hangen. Hij hing in het midden van de trap. Omdat hij ging hangen liep ik de trap op tot halverwege alwaar [verdachte] hing. Ik heb toen de riem van zijn nek losgemaakt. Dit ging vrij gemakkelijk. Ik zag dat [verdachte] ongecontroleerde bewegingen maakte met zijn lichaam. Ik merkte dat [verdachte] kwaad werd. Hij straalde agressiviteit uit. Ik stond dus halverwege de trap met mijn gezicht naar [verdachte]. Ik draaide mij om om naar beneden te lopen. Ik weet niet meer wat er toen gebeurd is. Ik lag ineens beneden in het glas. Ik was door de ruit van de voordeur gevallen. Ik zag dat mijn beide armen open lagen. Het bloedde hevig.
Ik doe echter wel aangifte omdat ik 100% zeker van ben dat [verdachte] mij een duw heeft gegeven. Ik weet zeker dat door zijn agressieve gedrag ik ten val ben gekomen.
2.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte, genummerd PL0600-2017448408-9 gesloten en getekend op 21 november 2017 door [verbalisant 2], brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland (p. 29-36), voor zover inhoudende
als verklaring van verdachte:
V = vraag
A = antwoord
O = opmerking
V - Kunt u mij vertellen wat er zondag 27 augustus 2017 is gebeurd?
A - Ja
V - vertel het maar?
Ik kon de confrontatie van een scheiding niet aan. Ik vind dat een verdrietig iets en heb een uitvlucht gezocht. Ik heb toen een poging gedaan om mijzelf van het leven te beroven. Ik ben de trap weer op gegaan en heb de strop gereed gemaakt en ben er toen aan gaan hangen. [aangeefster] was achter mij aan de badkamer uitgelopen naar beneden. Toen ik mij zelf wilde opknopen kwam zij de trap op. Toen ben ik gaan hangen. Toen was ik ineens halverwege de trap, omdat mijn strop was losgegaan. Halverwege de trap was ik in paniek en ben ik naar boven gevlucht de trap op. Boven aan de trap zag ik [aangeefster] staan. Ik ben langs haar opgelopen en heb haar aan de kant gesmeten. Ik ben toen de slaapkamer ingegaan en in die tussentijd is [aangeefster] van de trap afgevallen en door het raam van de voordeur gevallen. Ik heb [aangeefster] horen gillen "Roep de buurman". Zelf durfde ik niet te gaan kijken.
V - Wat heeft u gezien en gehoord van het feit dat u vrouw [aangeefster] door het raam van de voordeur is gevallen?
A – Ik heb een harde klap gehoord.
V - Heeft u nog eerst hulp verleend bij u vrouw?
A - Nee
V - Hoe is volgens u [aangeefster] van de trap gevallen?
A - Door dat ik haar aan de kant geduwd heb, daardoor is ze van de trap gevallen.
V - Kan het zijn dat uw vrouw door u van de trap af is geduwd?
A - Ja, dat klopt. Ik heb dat in de paniek gedaan.
3.
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een als bijlage bij het onder 1. genoemde proces-verbaal gevoegde geneeskundige verklaring, opgemaakt en ondertekend door een onbekend gebleven arts op 28 september 2017 (p. 19) voor zover inhoudende:
Achternaam : [aangeefster]
Voornamen : [aangeefster]
Geboren : [geboortedatum] 1985
Geboorteplaats : [geboorteplaats]
Uitwendig waargenomen letsel:
*onleesbaar* letsel van R & L onderarm
Bdz zenuwletsel, peesletsel;
Hoofdwond
Is er sprake van uitwendig bloedverlies? Ja
Is er een vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel? Ja
Datum waarop voornoemde persoon werd onderzoekt: 28/8/17
4.
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een brief, opgemaakt en ondertekend door huisarts [betrokkene 1] op 1 oktober 2020 voor zover inhoudende:
Wat is de belastbaarheid van patiënte?
Patiënte heeft soms tintelingen in de handen (rechts meer dan links) en verminderd gevoel, maar dat is niet storend. Wat patiënte wel storend vindt, is dat haar fijne motoriek niet optimaal is. Het vastpakken van dingen en typen of zwemmen (vingers goed sluiten) is bijvoorbeeld lastig.
Is sprake van zichtbaar letsel?
Bij lichamelijk onderzoek constateerden wij het volgende:
Rechter hand: standsafwijking in de MCP: vingers wijken naar lateraal. In webspace dig 1-2 spieratrofie zichtbaar. Pinkmuis atrofie+. Forse littekens rechter onderarm, waarbij ook een deukje zichtbaar is (t.p.v. waar wat weefsel weggehaald is tijdens de operatie).
Linker onderarm: littekens+”