Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, [betrokkene] voordeel heeft verkregen door middel van een ander strafbare feit, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat het door [betrokkene] is begaan.
In de onderliggende strafzaak is onder parketnummer 03-117266-16 aan betrokkene onder feit 1 - voor zover van belang - ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 23 april 2015 opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 171 hennepplanten.
is betrokkene enkel veroordeeld ter zake het op 23 april 2015 opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten. Betrokkene is vrijgesproken van het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken(hof: hierna telkens verkort als “telen ” weergegeven)
van die hennepplanten.
op of omstreeks23 april 2015, maar veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van deze hennepplanten. [5] De vraag rijst nu hoe ver de bescherming reikt die artikel 68 Sr Pro aan deze vrijspraak verbindt. [6]
hooguitbetrekking heeft op de teelt van de hennepplanten die op 23 april 2015 zijn aangetroffen. De vrijspraak bestrijkt dus in elk geval
nietde daaraan voorafgaande teelt van – andere – hennepplanten die daadwerkelijk heeft geleid tot een oogst. Dat het in dit geval om dezelfde kwekerij gaat, zoals het hof heeft overwogen, doet daaraan niet af. Iemand die op dezelfde locatie doch in uiteenlopende tijdvakken gelijksoortige, voltooide delicten begaat aangaande verschillende (zij het gelijksoortige) voorwerpen, pleegt in de regel méér dan één strafbaar feit in de zin van artikel 68 Sr Pro. De Hoge Raad houdt in elk geval in Opiumwetzaken reeds lang betrekkelijk strak de hand aan de eis van eenheid van plaats én tijd. [7] Het oordeel van het hof dat de politierechter de ontnemingsmaatregel ten onrechte heeft gegrond op een feit waarvoor de betrokkene is vrijgesproken, getuigt dan ook van een onjuiste rechtsopvatting.