Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerstemiddel klaagt dat de rechtbank in het door het hof bevestigde vonnis heeft bewezenverklaard dat de verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee geldlades met geld die toebehoorden aan [aangever] ( eigenaar van [benadeelde] ), terwijl de rechtbank ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft vastgesteld dat het haar onduidelijk is of de weggenomen goederen aan de benadeelde partij of aan de eigenaar van de gokkasten toebehoorden. Daardoor zou het vonnis van de rechtbank innerlijk tegenstrijdig zijn, ‘zodat het hof ten onrechte het vonnis niet heeft vernietigd maar heeft bevestigd.’
Beoordeling door de rechtbank
7a. De beoordeling van de civiele vordering en de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel
tweedemiddel klaagt over de bij de schadevergoedingsmaatregel opgelegde vervangende hechtenis.
NJ2020/409 m.nt. Ten Voorde. Uw Raad kan bepalen dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.