ECLI:NL:HR:2012:BX9511

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04511
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg

Op 13 november 2012 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 september 2010. De verdachte was veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis waarvan 40 uren, en subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie ingediend, maar deze konden niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad oordeelde dat de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was vastgesteld, maar gelet op de aard en zwaarte van de opgelegde straf was er geen aanleiding om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.

De uitspraak is gedaan door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, en het arrest is gewezen zonder nadere motivering omdat de middelen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn, zonder rechtsgevolgen.

Uitspraak

13 november 2012
Strafkamer
nr. S 10/04511
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 27 september 2010, nummer 21/001706-09, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 13 november 2012.