ECLI:NL:PHR:2021:886
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in profijtontnemingszaak hypotheekfraude
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 5 februari 2020, waarin het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene uit hypotheekfraude heeft vastgesteld op €290.403,42 en hem heeft veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan de staat.
De betrokkene voerde verweer dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen omdat in de hoofdzaak onherroepelijk was geoordeeld dat hij meer financieel nadeel dan voordeel had overgehouden aan de bewezenverklaarde feiten. De vraag was of het hof in de ontnemingszaak gebonden is aan dat oordeel uit de hoofdzaak.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep faalt op de gronden zoals vermeld in het eerdere arrest HR:2021:789 en verwees naar een soortgelijke zaak met nagenoeg identieke middelen. Er werden geen gronden gevonden die tot vernietiging van het bestreden arrest leiden.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en verwerpt het cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden in stand blijft. De zaak maakt deel uit van een samenhangende reeks zaken waarin soortgelijke vragen spelen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.