ECLI:NL:PHR:2021:838
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
De verdachte is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal door twee of meer verenigde personen. De opgelegde straf bestond uit een werkstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar.
Tegen dit arrest is cassatie ingesteld, maar de verdachte heeft geen schriftuur met middelen van cassatie ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn. De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig betekend aan een huisgenoot van de verdachte.
Omdat niet aan het vereiste van het indienen van middelen is voldaan, kan de Hoge Raad het beroep niet ontvankelijk verklaren. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.