ECLI:NL:PHR:2021:813
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De verdachte is bij arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot 35 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro D van de Opiumwet. Tegen dit arrest is cassatie ingesteld.
De aanzegging van het cassatieberoep is op 9 september 2020 uitgereikt aan een huisgenoot op het BRP-adres van de verdachte. De wettelijke termijn voor het indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie liep af op 9 november 2020. Gedurende deze termijn zijn geen middelen ingediend.
Daarom kan de verdachte niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro. De Procureur-Generaal concludeert dan ook tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het cassatieberoep. Er bestaat samenhang met vijf andere zaken waarin eveneens conclusies zijn genomen.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.