ECLI:NL:PHR:2021:645

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 mei 2021
Publicatiedatum
25 juni 2021
Zaaknummer
19/02987
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 509hh Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

De verdachte is door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder wederrechtelijk binnendringen in voor de openbare dienst bestemde lokalen en het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing volgens artikel 509hh Sv. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld.

Namens de verdachte zijn echter geen middelen van cassatie tijdig ingediend door een raadsman, waardoor niet is voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv. Hierdoor kan de Hoge Raad de zaak niet inhoudelijk behandelen.

De Procureur-Generaal concludeert dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. Er is tevens samenhang met andere zaken, maar ook daarin zijn geen middelen ingediend. Het hof heeft eerder een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken opgelegd met een proeftijd van twee jaar.

De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/02987
Zitting18 mei 2021 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,
hierna: de verdachte.
1. De verdachte is bij arrest van 19 juni 2019 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch wegens:
(i) in de zaak met parketnummer 01-194830-17 “In een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringen”;
(ii) in de zaak met parketnummer 01-196500-17 “In een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringen”;
(iii) in de zaak met parketnummer 01-198645-17 “Opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering”;
(iv) in de zaak met parketnummer 01-200392-17 de eendaadse samenloop van 1. “In een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringen” en 2. “Opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering”;
(v) in de zaak met parketnummer 01-201745-17 “In een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringen”;
(vi) in de zaak met parketnummer 01-202565-17 de eendaadse samenloop van 1. “In een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringen” en 2. “Opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering”,
veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes weken, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van het voorarrest. De vordering tot de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf heeft het hof afgewezen.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 19/02986 en 19/02994. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Het beroep in cassatie is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie voorgesteld.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen en kan de verdachte in het cassatieberoep niet worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte in deze zaak niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG