Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
29 juni 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Ondanks het instellen van het beroep heeft de verdachte geen cassatiemiddelen (schriftelijke klachten) ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn. De advocaat-generaal heeft daarom geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft vervolgens beoordeeld dat het ontbreken van cassatiemiddelen betekent dat het beroep niet in behandeling kan worden genomen, conform artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor is het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 29 juni 2021. Er zijn geen inhoudelijke middelen behandeld vanwege het ontbreken daarvan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.