ECLI:NL:PHR:2021:508
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring klager in cassatie inzake beslag op verbeurdverklaarde auto
De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die zijn klaagschrift tot teruggave van een inbeslaggenomen Opel Astra ongegrond verklaarde. Het klaagschrift betrof een auto die in een strafzaak onder verdenking van rijden zonder geldig rijbewijs in beslag was genomen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad onderzocht of klager in cassatie kan worden ontvangen, mede naar aanleiding van een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep in de strafzaak van klager. In dat arrest is de auto waarop het klaagschrift betrekking had verbeurdverklaard. Omdat tegen dat arrest geen cassatieberoep is ingesteld, is het onherroepelijk geworden.
De Hoge Raad concludeert dat op het bestaande klaagschrift geen andersluidende beslissing meer kan volgen en dat klager daarom in het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De inhoudelijke bespreking van het cassatiemiddel is daarmee niet aan de orde. Tevens wordt verwezen naar de mogelijkheid van rechtsgang ex art. 552b Sv indien de auto aan een ander toebehoort.
De uitspraak bevestigt dat een onherroepelijk geworden verbeurdverklaring de teruggaveprocedure blokkeert, waardoor een klaagschrift over hetzelfde voorwerp niet meer ontvankelijk is.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep tegen de afwijzing van zijn verzoek tot teruggave van een verbeurdverklaarde auto.