ECLI:NL:HR:2008:BB8989
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beschikking inzake beslag op geldbedrag in strafzaak
In deze zaak ging het om een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam waarbij het beklag van klager tegen de bewaring van een geldbedrag van €119.605,12 ongegrond werd verklaard. De klager vorderde teruggave van het bedrag, maar de rechtbank had in een vonnis van 2 november 2006 de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelast, omdat niet was gebleken dat klager de rechtmatige eigenaar was.
Het cassatieberoep richtte zich tegen de beschikking van 19 mei 2006, maar de Hoge Raad oordeelde dat door het vonnis in de strafzaak de beslissing omtrent het beslag definitief was geworden. Hierdoor had klager geen belang meer bij het beroep tegen de eerdere beschikking, die immers een voorlopige beslissing was in afwachting van het strafrechtelijk oordeel.
De Hoge Raad verklaarde daarom het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat er geen inhoudelijke beoordeling van het beklag heeft plaatsgevonden in cassatie, omdat het belang van klager om het beroep voort te zetten was komen te vervallen door het vonnis van de strafrechter.
De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in raadkamer op 8 januari 2008, waarbij tevens de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang door definitieve beslissing in de strafzaak.