Conclusie
Nummer19/00647
De procedure in cassatie
diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
De bewezenverklaring
De bewijsmotivering
[verdachte] heeft mij niet verteld wie van hun [benadeelde] had geslagen. [verdachte] vertelde dat ze naar de keuken waren gegaan, dat ze geld buit hadden gemaakt, dat [betrokkene 2] buiten nog geld had laten vallen. [verdachte] vertelde dat [betrokkene 2] dat geld nog op wilde rapen, maar dat hij tegen [betrokkene 2] had gezegd dat die op moest schieten en toen had [betrokkene 2] dat geld laten liggen. In het begin van het gesprek, toen ik aan [verdachte] vroeg wie die andere overvaller was, deed hij daar nog heel geheimzinnig over, maar later in het gesprek vertelde hij mij dat [betrokkene 2] de andere overvaller was.”
De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep integrale vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat zich in het dossier geen bewijsmiddelen bevinden waaruit de directe betrokkenheid van verdachte bij de overval blijkt, dat de verklaring van [betrokkene 4] als onbetrouwbaar ter zijde moet worden geschoven en voorts dat de DNA-sporen niet als dadersporen kunnen worden aangemerkt nu deze niet concreet te linken zijn aan de overval.
Het eerste middel
De raadsman deelt voorts mede:
Het laten opmaken van een nader proces-verbaal door de verbalisanten over de weersomstandigheden met behulp van de gegevens van het KNMI;
Benoemen van een deskundige bij het NFI op het gebied van de scheikunde/natuurkunde teneinde een nader standpunt in te laten nemen over de factoren die van invloed zijn op de bevriezing van speeksel, te verzoeken een uitspraak te doen over de tijdsduur waarbinnen de fluim die nacht bevroren had moeten zijn en een uitspraak te doen over de duur waarbinnen het speeksel zichtbaar blijft zonder bevriezing;
Het horen van [verbalisant 2] , Bijzondere opsporingsambtenaar Generieke opsporing, met dienstnummer [… 1] , over de manier waarop hij de temperatuur die nacht heeft vastgesteld en zijn kennis omtrent het bevriespunt van speeksel en de snelheid waarmee dit bevriest;
Nietbegrijpelijk is daarentegen dat het hof het voor de beoordeling van de toewijsbaarheid van de onderzoekswensen van betekenis acht of de verdachte in staat is om bij benadering aan te geven “
wanneer hij voor het laatst aanwezig is geweest op of nabij de plaats van het delict.” Niet alleen mag dat zes jaar na dato niet meer van een verdachte worden verlangd, evenmin kan worden ingezien waarom zonder die informatie voor het verzochte onderzoek geen aanknopingspunten bestaan. De verdachte had immers reeds te kennen gegeven dat hij in die tijd overdag regelmatig in de buurt van de plaats delict verkeerde, al dan niet met andere jongens. Voor het formuleren van een alternatief scenario is dat voldoende. Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.
geen aanleiding [ziet] te twijfelen aan de bevindingen van de verbalisanten met betrekking tot de buitentemperatuur en de aanname dat het bij de aangetroffen fluim om een recentelijk biologisch spoor ging, (…).” [3] Het ging de rechtbank hierbij kennelijk om de vraag of het moment waarop het spoor was ontstaan (binnen zekere marges) kon worden bepaald aan de hand van de omgevingstemperatuur ter hoogte van de grond en de ‘fase’ (vast of vloeibaar) van de fluim. Uit de waargenomen toestand van het spoor leidde de rechtbank in dit licht bezien af dat de depositie van de fluim had plaatsgehad betrekkelijk korte tijd vóór de waarneming ervan door de verbalisant. Een soortgelijke gevolgtrekking had de rechtbank overigens ook kunnen maken ten aanzien van de vloeibare toestand van de energydrink in de aangetroffen blikjes, al heb ik die gevolgtrekking in het vonnis niet teruggevonden. De verdediging betwistte daarna in hoger beroep dat de recente depositie van deze sporen kon worden afgeleid uit de omgevingstemperatuur en de toestand van de sporen, en zij wenste nader onderzoek daarover.
nietafgeleid uit de drie genoemde fysische aspecten. De verzoeken van de verdediging hebben het daarmee beoogde effect gesorteerd. De verdachte heeft dus geen belang bij cassatie op de grond dat de motivering van de afwijzing van de verzoeken onbegrijpelijk is.
niet aan de voorwaarden van het voorwaardelijk verzoek van de verdediging is voldaan” en dat het verzoek daarom “
geen nadere bespreking [behoeft]”.
Het tweede middel
keuze [stoelt] op een niet sluitende redenering”. Daartoe is aangevoerd dat de gevolgtrekking dat de door [betrokkene 4] gepresenteerde daderinformatie afkomstig moet zijn van de feitelijke dader(s) van de overval onbegrijpelijk is. Nu “
juist deze overweging ten grondslag ligt aan de motivering van de verwerping van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt”, is dit volgens de steller van het middel evenmin begrijpelijk.
niet begrijpelijk [is] dat het hof eerst constateert dat de getuigen, waaronder [betrokkene 4] , op onderdelen later anders hebben verklaard en vervolgens niet motiveert waarom de eerder afgelegde verklaringen in het licht van die wijzigingen nog voldoende betrouwbaar kunnen worden geacht”.