ECLI:NL:PHR:2021:377

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 maart 2021
Publicatiedatum
12 april 2021
Zaaknummer
19/03291
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste verstekverlening bij detentie uit anderen hoofde

De betrokkene werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het cassatieberoep richt zich tegen de beslissing van het hof om verstek te verlenen terwijl verdachte ten tijde van de behandeling uit anderen hoofde gedetineerd was. Dit betekent dat verdachte niet aanwezig kon zijn bij de behandeling van zijn zaak, wat een schending van zijn recht op een eerlijk proces inhoudt.

De procureur-generaal concludeert dat de beslissing van het hof achteraf onjuist was en dat het belang van verdachte groot is om in zijn tegenwoordigheid behandeld te worden. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep waarbij verdachte aanwezig moet zijn.

De strafzaak en de ontnemingszaak zijn gelijktijdig, maar zonder voeging behandeld. De dagvaarding en oproeping zijn samen betekend. De conclusie van de procureur-generaal verwijst voor de inhoudelijke bespreking van de klacht naar de samenhangende strafzaak. De Hoge Raad ziet geen andere gronden tot vernietiging en acht de vernietiging en terugwijzing passend.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling in aanwezigheid van verdachte.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/03291 P
Zitting2 maart 2021 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene.
1. De betrokkene is bij arrest van 27 juni 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 19/03197. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Mr. R.J. Baumgardt, mr. P. van Dongen en mr. S. van den Akker, advocaten te Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het
middelbevat de klacht dat de betrokkene ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat de beslissing van het hof om verstek te verlenen tegen de betrokkene en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien, onjuist was.
5. De inhoudelijke klacht van het middel, alsmede de feitelijke gang van zaken rondom de betekening van de dagvaarding respectievelijk de oproeping van de veroordeelde in hoger beroep, het verhandelde ter terechtzitting van 27 juni 2019 en de inhoudelijke beslissing van het gerechtshof, zijn in de samenhangende strafzaak en de onderhavige ontnemingszaak identiek. [1] Derhalve verwijs ik voor de bespreking ervan naar het (enige) middel in de samenhangende strafzaak.
6. Het middel is terecht voorgesteld.
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.De strafzaak en de ontnemingszaak zijn in hoger beroep gelijktijdig, maar zonder voeging, behandeld op dezelfde terechtzitting, te weten 27 juni 2019 om 14:20 uur. De dagvaarding en de oproeping zijn samen en tegelijkertijd, door middel van één betekeningsakte, betekend.