Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
BFK, bedoeld zal zijn: 2012) tussen de verdachte en [betrokkene 4] : [28]
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan het medeplegen van het doen van onjuiste of onvolledige aangiften loonheffing door de rechtspersonen [A] en [B]. De aangiften betroffen de jaren 2008 tot en met 2011 en hadden tot gevolg dat te weinig belasting werd geheven.
Het bewijs bestond uit onder meer tapgesprekken, verklaringen van betrokkenen, en een USB-stick met salarisoverzichten die niet overeenkwamen met de ingediende aangiften. Uit de tapgesprekken bleek dat de verdachte een leidende rol had binnen de bedrijven, betrokken was bij loonbetalingen, en op de hoogte was van de zwarte betalingen.
De verdachte voerde in cassatie aan dat hij slechts in loondienst was en geen invloed had op de aangiften, maar de Hoge Raad oordeelde dat feitelijk leidinggeven niet afhankelijk is van de juridische positie en dat ook een meer passieve rol kan leiden tot aansprakelijkheid. Het hof had voldoende bewijs dat de verdachte wist van de onjuiste aangiften en naliet maatregelen te treffen om de fraude te stoppen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de straf van 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, wegens feitelijk leidinggeven aan het medeplegen van onjuiste aangiften loonheffing.