Conclusie
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd” en 2. “
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn afgewezen.
1.
Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Ambtshandeling 94 / een transactie inzake een Demag AC-120 van september 2008
eerste middelis gericht tegen de motivering van de bewezenverklaring van zowel het eerste (opzettelijk doen van onjuiste aangifte omzetbelasting) als het tweede ten laste gelegde (valsheid in geschrift). Het middel valt uiteen in twee deelklachten.
Deze facturen zijnook weerper bank betaald aan [G][de verdachte, D.A.]
, waarna ik het grootste deel weer contant heb terug ontvangen van [verdachte][de verdachte, D.A.]
. Dat zal voor de ene factuur ongeveer € 18.000,- zijn geweest en voor de andere € 49.000,- of € 50.000,-,”.
Ja, ik kocht het op papier en heb het ook weer op papier verkocht. U vraagt mij nogmaals of ik tien velgen en banden heb gekocht. Ik begrijp uw vraagstelling niet. Het product is nooit aan mij geleverd. Dit is ook nooit bij andere producten gebeurd. Ik heb de banden niet gekocht. Ik heb ze van [betrokkene 1] gekocht. U merkt op dat de factuur dan vals is omdat ik het product niet heb gekocht. Als wij het gezamenlijk hebben gekocht dan factureert [H] aan mij en ik factureer het door. Ik blijf erbij dat ik de banden en velgen niet heb gekocht van [H] .”
uit het bovenstaande, alles in onderlinge samenhang bezien, volgt dat de verkoop tussen [B] en [C] niet daadwerkelijk plaats heeft gevonden, maar er slechts ‘op papier’ is tussengeplaatst”. Deze mededeling heeft echter betrekking op factuur D-083, die niet in de bewezenverklaring is opgenomen. Een motiveringsklacht over dit oordeel is dan ook tot mislukken gedoemd. Waar het de rechtbank uiteindelijk om gaat is dat uit het voorgaande volgt “
dat verdachte, handelend onder de naam [C] de in de telastelegging genoemde factuur[D-016a, D.A.]
van [C] aan [D] valselijk heeft opgemaakt.”
dat de factuur van [C] (dus) niet goed is” (bedoeld is thans: factuur D-016/D-016a). Bovendien wijst de rechtbank op goede gronden op de samenhang van de bewijsmiddelen met bewijsmiddelen uit de andere gevallen, alsook op de algemene overwegingen. In alle (andere) bewezen verklaarde gevallen werden steeds vennootschappen – kort gezegd – [B] of [H] ( [medeverdachte] ), [verdachte] , [G] of [C] (de verdachte) en [D] ( [betrokkene 1] ) slechts ‘op papier’ ertussen geplaatst. Aldus bezien acht ik het oordeel dat
“de verkoop tussen [B] en [C] niet daadwerkelijk plaats heeft gevonden, maar er slechts ‘op papier’ is tussengeplaatst” en dat
“de factuur van [C] aan [D] valselijk [is] opgemaakt” niet onbegrijpelijk.
tweede middelklaagt in verband met feit 1 over het oordeel van het hof dat de verdachte met zijn bedrijven in het derde kwartaal 2008 opzettelijk een onjuist bedrag aan omzetbelasting heeft opgegeven.
Verdachte heeft voorts over het derde kwartaal 2008 een nihil aangifte gedaan. De rechtbank overweegt op grond van hetgeen hierboven uiteen is gezet dat verdachte in de hierboven genoemde facturen D-017, D-016, D-013, D-014, D-015 en D-018A wel degelijk omzetbelasting in rekening heeft gebracht. De rechtbank is daarom van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte ook over het derde kwartaal 2008 opzettelijk een onjuiste aangifte omzetbelasting gedaan.”
weetdat hij op facturen melding maakte van BTW en (ii)
weetdat hij nihil aangifte heeft gedaan over de periode waarop die facturen betrekking hadden, zie ik zonder toelichting, die ontbreekt, niet in wat het hof omtrent het opzet van de verdachte nader had moeten motiveren.
24.Het derde middelklaagt over de strafoplegging.
Oplegging van straf en/of maatregel