ECLI:NL:PHR:2021:1271
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Doorberekening zuiveringsheffing aan recreanten is belast met omzetbelasting
Belanghebbende exploiteert een camping en berekent de door haar aan het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT) betaalde zuiveringsheffing door aan de huurders en eigenaren van de kavels. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op omdat hij meende dat over deze doorberekeningen omzetbelasting verschuldigd was.
De rechtbank Gelderland oordeelde dat de zuiveringsheffing tot de uitschotten van belasting behoort en daarom geen omzetbelasting verschuldigd is over de doorberekende bedragen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde dit oordeel en stelde dat geen sprake is van een verhaalsrecht en dat de doorberekening geen uitschot van belasting is.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het hofarrest met twee middelen: dat het hof artikel 1 Wet Pro OB 1968 schond door het verhaalsrecht als een belastbare prestatie te kwalificeren, en dat het hof artikel 4(1)c Uitv.besl. OB 1968 onjuist uitlegde door uitsluiting van uitschotten van belasting.
De A-G concludeert dat het doorberekende bedrag onderdeel is van de tegenprestatie voor de geleverde diensten en daarom tot de maatstaf van heffing behoort. Ook als het verhaalsrecht uit de Waterschapswet wordt uitgeoefend, verandert dit niets aan de belastingplicht. De middelen falen en de A-G adviseert het cassatieberoep gegrond te verklaren, het hofarrest te vernietigen en de zaak te verwijzen naar een ander gerechtshof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en vernietigt het arrest van het hof, waarbij wordt vastgesteld dat de doorberekende zuiveringsheffing aan omzetbelasting is onderworpen.