ECLI:NL:PHR:2021:1268
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen in zaak medeplegen Opiumwet
Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte bij arrest van 31 maart 2020 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig maanden, met aftrek van het voorarrest, wegens medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op een misdrijf zoals bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Opiumwet.
De verdachte was betrokken bij het voorbereiden, bevorderen en faciliteren van het plegen van dit misdrijf, waaronder het verschaffen van gelegenheid en inlichtingen, en het voorhanden hebben van voorwerpen bestemd voor het plegen van het feit. Tevens werd de verdachte verdacht van deelneming aan een criminele organisatie met dat oogmerk.
Bij de Hoge Raad werd tijdig beroep in cassatie ingesteld, maar er zijn geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn zoals vereist door artikel 437, tweede lid, Sv. Hierdoor werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. Tevens verklaarde het hof een aantal in beslag genomen voorwerpen verbeurd en gelastte de teruggave van een Nederlands paspoort.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.