ECLI:NL:PHR:2021:1267
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft betrokkene bij arrest van 12 maart 2020 verplicht tot betaling van €108.070,14 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene stelde beroep in cassatie in, waarbij de aanzegging van het cassatieberoep op 24 maart 2021 werd betekend.
Namens betrokkene werd door mr. G. Spong aangegeven dat geen middelen van cassatie zouden worden ingediend. Binnen de wettelijke termijn, zoals gesteld in artikel 437 lid 2 Sv Pro in verbinding met artikel 511h Sv, werd geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift voor ontvankelijkheid in cassatie, waardoor de Hoge Raad betrokkene niet-ontvankelijk verklaart in het cassatieberoep. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.