Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
voorzitterdeelt mondeling mee de korte inhoud van de stukken van de zaak. Zij merkt daarbij op:
voorzitterverklaart verdachte:
voorzitterdeelt mee dat het hof de raadsvrouw in de gelegenheid wil stellen om de stukken te lezen en overleg te plegen met verdachte.
raadsvrouwreageert:
voorzittermerkt op dat in de mededeling uitspraak melding wordt gemaakt van de veroordeling in de strafzaak en dat het daarom de vraag is of verdachte niet vanaf dat moment binnen veertien dagen hoger beroep had moeten instellen.
raadsvrouwreageert:
voorzittermerkt op dat het inderdaad niet gaat om de betekening van het vonnis, maar dat er in de betekeningsstukken wel met zoveel woorden wordt gewezen op het vonnis. In die stukken staat onder meer dat de politierechter verdachte in de strafzaak bij vonnis van 14 maart 2014 heeft veroordeeld ter zake van verduistering, meermalen gepleegd.
Op vragen van de
voorzitterverklaart verdachte:
jongste raadsheermerkt op dat de betekening van de mededeling uitspraak in de ontnemingszaak op 13 april 2015 heeft plaatsgevonden en dat verdachte op 26 mei 2015 hoger beroep heeft ingesteld in de hoofdzaak.
voorzittervraagt de advocaat-generaal en de raadsvrouw om zich uit te laten over de ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep.
advocaat-generaalreageert:
raadsvrouwvoert aan:
advocaat-generaalreageert:
verdachtereageert:
voorzittermerkt op dat het hof niet beschikt over de betekeningsstukken van het vonnis in de strafzaak.
verdachtereageert:
Datum : 27 februari 2015
[…]
De politierechter heeft [verdachte] in de onderliggende strafzaak met opgemeld parketnummer bij vonnis van 14 maart 2014 veroordeeld ter zake verduistering, meermalen gepleegd.”