“Inleiding
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het op 24 mei 2018 gelegde beslag op de aan klager toebehorende:
- 8950 kratten.
De rechtbank heeft kennisgenomen van een gedeelte van het strafdossier met bovenstaand parketnummer.
Op 30 oktober 2018 is het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld. Klager en de raadsman van klager, mr. J.M.C. Wessels, zijn in raadkamer verschenen.
De raadsman stelt zich op het standpunt dat de inbeslagname van de kratten zonder enige strafrechtelijke grondslag heeft plaatsgevonden. Klager is de rechtmatige houder van de kratten en is geen verdachte van enig strafbaar feit. Nu de kratten reeds zijn teruggegeven aan [A] , verzoekt de raadsman om schadeloosstelling van klager door middel van de betaling van een bedrag van € 8.364,97. Dit bedrag is berekend op grond van een winstderving van €3,66 per krat.
De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu het beslag is beëindigd door teruggave van de kratten aan [A] . Subsidiair verzet de officier van justitie zich tegen gegrondverklaring van het klaagschrift en stelt in dat kader - kort samengevat - het volgende.
[A] heeft de afgelopen jaren meerdere aangiftes gedaan terzake van diefstal van kratten De kratten die als gestolen zijn opgegeven hebben unieke codes. De kratten die bij klager zijn aangetroffen, zijn voorzien van deze unieke codes. Dientengevolge kan niet anders dan dat de kratten van diefstal afkomstig zijn. Mocht klager de kratten hebben gekocht, dan kan [A] zich beroepen op derdenbescherming ex artikel 3:86, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek. Klager is derhalve niet de rechtmatige eigenaar van de kratten.
Beoordeling
Het klaagschrift is tijdig ingediend, immers binnen twee jaren na voornoemde inbeslagneming.
Met betrekking tot het beroep van de officier van justitie op niet-ontvankelijkheid van klager
overweegt de rechtbank dat met de overdracht van de kratten aan [A] het belang bij een uitspraak over het inbeslaggenomen geldbedrag niet aan klager is komen te ontvallen gelet op het feit dat de kratten onder klager in beslag zijn genomen. Dat beroep wordt dan ook niet gehonoreerd.
De rechtbank is van oordeel dat dat uit de stukken en het verhandelde in raadkamer blijkt dat er op geen enkele wijze rechtmatig gehandeld kan worden in kratten van [A] . Daarnaast is er door [A] aangifte gedaan van diefstal van de kratten die dezelfde unieke codes hebben als de kratten die onder klager in beslag zijn genomen. Klager is niet de rechtmatige houder of eigenaar van de kratten. De rechtbank zal het beklag ongegrond verklaren.
BESLISSING
De rechtbank:
verklaart het beklag ten aanzien van de 8950 inbeslaggenomen kratten ongegrond.”