ECLI:NL:PHR:2020:816
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het begrip geweld tegen personen in artikel 141 Sr bij openlijke geweldpleging
In deze zaak werd de verdachte door het gerechtshof veroordeeld wegens openlijke geweldpleging tegen personen en goederen. De verdachte had zich schuldig gemaakt aan agressief schreeuwen, wild met de armen zwaaien, zich breed maken, omsingelen van een hoofdagent, duwen en wegduwen van een fiets die een agent vasthield, en tegen die fiets trappen.
De verdediging stelde dat deze gedragingen niet kwalificeerden als geweld tegen personen in de zin van artikel 141 Sr Pro. De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeerde echter dat het hof terecht had geoordeeld dat deze gedragingen, mede gezien het bedreigende karakter en de context, wel degelijk als geweld tegen personen kunnen worden aangemerkt.
De Hoge Raad benadrukte dat voor het begrip geweld niet vereist is dat de persoon daadwerkelijk wordt geraakt; het duwen tegen een fiets die door een agent werd vastgehouden, kan indirect als geweld tegen die agent worden gezien. Tevens is het onderlinge, dreigende verband van de gedragingen van belang. Het hof achtte bewezen dat door deze gedragingen de openbare orde werd verstoord.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de uitleg van het hof over het begrip geweld tegen personen in artikel 141 Sr Pro, waarbij ook eerdere jurisprudentie en literatuur werden betrokken.
De conclusie van de procureur-generaal strekte tot verwerping van het beroep en bevestiging van het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de gedragingen van de verdachte kwalificeren als geweld tegen personen in de zin van artikel 141 Sr en verwerpt het cassatieberoep.