Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelkeert zich tegen het oordeel van het hof dat sprake is van schuldwitwassen.
4. Waardering van het bewijs
- [C] : € 58.500,-
- [D] : € 30.000,-
- [E] : € 7.400,-
- [F] : € 15.130,-
- [G] : € 22.800,- +
- --------------
- TOTAAL € 133.830,-
- De vraag die de rechtbank moet beantwoorden
- De vraag in deze zaak is of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van schuldwitwassen van het aan haar ten laste gelegde geldbedrag.
i) het huis van de verdachte en haar partner voor meerdere tonnen is verbouwd, terwijl zij slechts een verbouwingshypotheek van € 100.000,- hadden afgesloten;
ii) de verdachte ten tijde van de verbouwing woonachtig was in de woning en zij dit dus moet hebben opgemerkt;
iii) zij – gelet op de verklaring van installateur [betrokkene 1] – ook aanwezig is geweest bij de overdracht van contante geldbedragen; en
iv) het gezinsinkomen € 41.773,- was.
tweede middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, klaagt dat het hof ten onrechte althans op onjuiste gronden heeft geoordeeld dat de aan de verdachte en haar echtgenoot toebehorende woning kan worden verbeurdverklaard. Het hof zou in zijn motivering zijn voorbijgegaan aan het bepaalde in art. 33a, eerste lid onder a, Sr, aangezien vaststaat dat de woning door middel van een reguliere aankoop is aangekocht en dus niet geheel of grotendeels uit baten van een strafbaar feit is verkregen.
Beslag
Verbeurdverklaring woning
onder b, Sr. [18] Het gaat hier immers om voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan (corpora delicti). Dit volgt ook uit de aanvullende overwegingen van het hof ten aanzien van de verbeurdverklaring van de woning. In die aanvullende overwegingen ligt dus
nietbesloten dat het hof heeft geoordeeld dat de woning geheel of grotendeels uit baten van een strafbaar feit is verkregen. In weerwil van het betoog van de steller van het middel, heeft het hof niet de verkeerde maatstaf toegepast.